Wegenwerken Stationsstraat van start op 12 augustus 2013
6 augustus 2013
N-VA stuurt politie naar gemeenteschool
30 augustus 2013
Bekijk alles

Restanten brug WOII gevonden bij wegenwerken Stationsstraat

Bij wegenwerken in de Stationsstraat te Drieslinter ontdekte de aannemer vier gemetste putten. Twee aan elke kant van de Grote Gete. De afstand tussen de putten schijnt er op te wijzen dat ze de restanten zijn van de draagpijlers van een vroegere brug over de Grote Gete. Een buurtbewoner meent te weten dat deze brug voor of eventueel na de oorlog werd opgeblazen.

Na enig speurwerk werd een verklaring gevonden voor de putten. Uit historisch onderzoek is gebleken dat er tijdens de Eerste Wereldoorlog geen bruggen door Belgische genietroepen werden opgeblazen. Met de Eerste Wereldoorlog kan de vondst te Drieslinter dus niets te maken hebben.

Gebeurtenissen uit de eerste dagen van de Tweede Wereldoorlog werpen een ander licht op deze geheimzinnige putten. Het station van Drieslinter als verbindingspunt van twee spoorlijnen kreeg het die dagen lelijk te verduren. Op 12 mei 1940 werd een verdedigingslijn opgeworpen langs de Gete, de zogenaamde Demer-Gete stelling. Pelotons van het 3de Regiment Lansiers en het 1ste eskadron van het 1ste Regiment Gidsen moesten de bruggen te Drieslinter verdedigen.

In het legerverslag van 12 mei 1940 vinden we een verklaring voor de restanten. “Op zondag 12 mei 1940, om 8u00,  liep het bericht binnen dat de Duitsers Zoutleeuw hadden bereikt. Kort daarop werd bevel gegeven de brug over de Gete te laten springen. De genie maakte een bres in de dijk aan de overzijde van de rivier zodat het lager gelegen land met ruim één meter diepte overstroomde. Omstreeks 10u00 wordt een eerste aanval van de Duitsers op de as Zoutleeuw-Drieslinter gestopt.”